Afleveringen

  • 36. De eindtijd

    🔆LET OP: het is vanaf nu mogelijk om je op te geven voor de Gelukkig de mens Bijbelweekenden. Klik in de link in de bio voor meer informatie of ga naar www.gelukkigdemens.nl/bijbelweekenden🔆

    Deze week leest Wieteke Matteüs 24:14-35

    Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.

    Wanneer jullie dus de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (lezer, begrijp dit goed), dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; wie op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om nog spullen te halen, en wie op het land is moet niet terugkeren om zijn mantel te halen. Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Bid dat jullie niet in de winter zullen moeten vluchten en ook niet op sabbat. Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen.

     En als die tijd niet verkort zou worden, dan zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen zal die tijd worden verkort. Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias,” of: “Daar is hij,” geloof dat dan niet. Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. Wanneer ze dus tegen jullie zeggen: “Kom mee, hij is in de woestijn,” ga er dan niet heen, of als ze zeggen: “Kijk, hij is daarbinnen,” geloof dat dan niet. Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen. Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.

    Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere.

    Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is. Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.

  • We gaan iets nieuws proberen…

    We gaan iets nieuws proberen! Vanaf 2021 gaat Gelukkig de mens elke maand een bijbelweekend organiseren. Niet je gewone standaard twaalf-in-een-dozijn-bijbelweekenden, zeker niet. Intensief, vrolijk, verontwaardigend, speels, vermakelijk, verdiepend, avontuurlijk, ernstig. […]

  • 35. Niet voor niets

    Deze week leest Wieteke Psalm 90

    Heer, u bent ons een toevlucht geweest
    van geslacht op geslacht.
    Nog voor de bergen waren geboren,
    voor u aarde en land had gebaard –
    u bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

    U doet de sterveling terugkeren tot stof
    en zegt: ‘Keer terug, mensenkind.’
    Duizend jaar zijn in uw ogen
    als de dag van gisteren die voorbij is,
    niet meer dan een wake in de nacht.

    U vaagt ons weg als slaap
    in de morgen, als opschietend gras
    dat ontkiemt in de morgen en opschiet,
    en ’s avonds verwelkt en verdort.

    Wij komen om door uw toorn,
    door uw woede bezwijken wij.
    U hebt onze zonden vóór u geleid,
    onze geheimen onthuld in het licht van uw gelaat.

    Al onze dagen gaan heen door uw woede,
    wij beëindigen onze jaren in een zucht.
    Zeventig jaar duren onze dagen,
    of tachtig als wij sterk zijn.
    Het beste daarvan is moeite en leed,
    het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.

    Wie kent de kracht van uw toorn,
    wie vreest oprecht uw woede?
    Leer ons zo onze dagen te tellen
    dat wijsheid ons hart vervult.

    Keer u tot ons, HEER – hoe lang nog?
    Ontferm u over uw dienaren.
    Vervul ons in de morgen met uw liefde,
    laat ons van blijdschap juichen, al onze dagen.

    Geef ons vreugde, vergoed de dagen dat u ons kwelde,
    de jaren dat wij ellende doorstonden.
    Toon uw daden aan uw dienaren,
    maak uw glorie bekend aan hun kinderen.

    Laat ons uw genade zien, Heer, onze God.
    Bevestig het werk van onze handen,
    het werk van onze handen, bevestig dat.

  • 34. Er was eens…

    Deze week leest Wieteke Jesaja 48:17-21

    Dit zegt de HEER, je bevrijder, de Heilige van Israël:
    Ik ben de HEER, jullie God,
    die jullie onderricht in je eigen belang,
    die jullie leidt op de weg die je gaat.

    Luisterde je maar naar mijn geboden,
    dan zou jouw vrede zijn als een rivier,
    en je gerechtigheid als de golven van de zee.

    Je nageslacht zou zijn als het zand,
    je nazaten ontelbaar als zandkorrels.
    Je naam zou nooit worden uitgewist,
    maar voor altijd bij mij voortleven.

    Trek weg uit Babel, ontvlucht de Chaldeeën!
    Verkondig dit met luid gejuich, laat het horen,
    laat weten tot aan de einden der aarde:
    ‘De HEER koopt zijn dienaar Jakob vrij!’

    Hij voert zijn volk door de woestijn,
    ze zullen geen dorst lijden;
    hij laat water voor hen stromen uit de rots,
    hij klieft een rots en het water gutst eruit.

    PS: wil je de preek van Henk Stenvers terugkijken? Deze kun je hier vinden: https://www.youtube.com/watch?v=fHioNuaNarU

  • 33. Mens met de mensen

    Deze week leest Wieteke Matteüs 25:31-45

    Wanneer de mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon.   Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.” Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.” Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd?” En hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.”

  • 32. Tussen de regels

    Deze week leest Wieteke Matteüs 25:14-30

    Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het.Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

  • 31. Samen schelpen zoeken

    Deze week leest Wieteke Spreuken 9:1-18

    Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zeven zuilen heeft ze uitgekapt. Ze heeft haar vee geslacht, haar wijn gemengd, haar tafel heeft ze gedekt. Haar dienaressen heeft zij de stad in gestuurd, zelf roept zij vanaf de hoogste plaats: ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: ‘Kom, eet het brood dat ik je geef, drink de wijn die ik heb gemengd. Wees niet langer zo onnozel, leef, en betreed de weg van het inzicht.’

    Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot, wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag. Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert.

    Wijsheid begint met ontzag voor de HEER, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige. Door mij, Wijsheid, vermeerderen de dagen van je leven, je levensjaren nemen door mij toe. Als je wijs bent, heb je er zelf voordeel van, als je spot, benadeel je jezelf.

    Vrouwe Dwaasheid bazelt maar, door haar domheid heeft ze nergens weet van. Ze zit bij de deur van haar huis, in een zetel, hoog in de stad. Ze roept naar de voorbijgangers, naar hen die rechtdoor willen gaan: ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: ‘Gestolen water smaakt verrukkelijk, geroofd brood is een lekkernij.’ Maar wie zij naar zich toe lokt weet niet dat hij afdaalt naar de schimmen, hij daalt af tot in het dodenrijk.

  • 30. Deel van hetzelfde

    Deze week leest Wieteke Matteüs 22:23-40

    Nadat de farizeeën hadden vernomen dat hij de sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde:  ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.  Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

  • 29. Een groter verhaal

    Deze week leest Wieteke Jesaja 45:1-13

    Dit zegt de HEER tegen Cyrus, zijn gezalfde, die hij bij de rechterhand neemt, aan wie hij volken onderwerpt, voor wie hij koningen ontwapent, voor wie hij deuren opent – geen poort blijft gesloten:

    Ik zal voor je uit gaan, ik zal ringmuren slechten,bronzen deuren verbrijzelen, ijzeren grendels stukbreken. Ik zal je verborgen schatten schenken, diep weggeborgen rijkdommen. Dan zul je weten dat ik de HEER ben, de God van Israël, die jou bij je naam roept. Omwille van mijn dienaar Jakob, van Israël, dat ik heb uitgekozen, heb ik je bij je naam geroepen en je met een erenaam getooid, ofschoon je me niet kende. Ik ben de HEER, er is geen ander, buiten mij is er geen god. Ik heb je omgord met wapens, ofschoon je me niet kende. Zo zal iedereen, van oost tot west, weten dat er niets is buiten mij. Ik ben de HEER, er is geen ander die het licht vormt en het donker schept, die vrede maakt en onheil schept. Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.

    Hemel, laat gerechtigheid neerregenen, laat haar neerstromen uit de wolken, en laat de aarde zich openen. Laten hemel en aarde redding voortbrengen en ook het recht doen ontspruiten. Ik, de HEER, heb dit alles geschapen.

    Wee degene die de strijd aanbindt met hem door wie hij gevormd is – een potscherf tussen de potscherven. Zegt klei soms tegen wie hem vormt: ‘Wat ben je eigenlijk aan het maken?’ of: ‘Deze pot heeft niet eens oren!’ Wee degene die tegen zijn vader zegt: ‘Wat heb je verwekt?’ en tegen zijn moeder: ‘Wat hebben je barensweeën gebracht?’ Dit zegt de HEER, de Heilige van Israël, die Israël gevormd heeft: Wilden jullie mij ondervragen over het lot van mijn kinderen, of mij iets voorschrijven omtrent het werk van mijn handen? Ik ben het die de aarde maakte en de mens op aarde schiep; mijn handen hebben de hemel uitgespannen, ik riep het sterrenleger tevoorschijn. Ik ben het die Cyrus laat komen in gerechtigheid, steeds opnieuw baan ik voor hem de weg. Hij zal mijn stad herbouwen; hij geeft mijn ballingen de vrijheid terug, zonder betaling of steekpenningen te eisen – zegt de HEER van de hemelse machten.

  • 28. De herder

    Deze week leest Wieteke Psalm 23

    De HEER is mijn herder,
    het ontbreekt mij aan niets.
    Hij laat mij rusten in groene weiden
    en voert mij naar vredig water,
    hij geeft mij nieuwe kracht
    en leidt mij langs veilige paden
    tot eer van zijn naam.

    Al gaat mijn weg
    door een donker dal,
    ik vrees geen gevaar,
    want u bent bij mij,
    uw stok en uw staf,
    zij geven mij moed.

    U nodigt mij aan tafel
    voor het oog van de vijand,
    u zalft mijn hoofd met olie,
    mijn beker vloeit over.

    Geluk en genade volgen mij
    alle dagen van mijn leven,
    ik keer terug in het huis van de HEER
    tot in lengte van dagen.

Volg ons nu op:

Ontvang een e-mail bij nieuwe afleveringen

We gebruiken het programma Mailchimp om je op de hoogte te houden van nieuwe afleveringen. Door op de knop 'Abonneren' te drukken ga je akkoord dat Mailchimp jouw gegevens verwerkt. Je kunt je op elk moment uitschrijven voor deze e-mails.