Afleveringen

  • 55. Zo kostbaar

    Deze week leest Wieteke Jesaja 43:1-8

    Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël: Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien. Want ik, de HEER, ben je God, de Heilige van Israël, je redder. Voor jou geef ik Egypte als losgeld, Nubië en Seba ruil ik in tegen jou. Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je dat ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden. Wees niet bang, want ik ben bij je. Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug, uit het westen breng ik jullie bijeen. Tegen het noorden zeg ik: Geef hier! Het zuiden gebied ik: Laat los! Breng mijn zonen terug van verre, mijn dochters van de einden der aarde, allen over wie mijn naam is uitgeroepen, en die ik omwille van mijn majesteit geschapen heb, gemaakt en gevormd.

  • 54. Doorgrond mij

    Deze week leest Wieteke Pslam 139.

    Voor de koorleider. Van David, een psalm.
    HEER, u kent mij, u doorgrondt mij,
    u weet het als ik zit of sta,
    u doorziet van verre mijn gedachten.
    Ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op,
    met al mijn wegen bent u vertrouwd.

    Geen woord ligt op mijn tong,
    of u, HEER, kent het ten volle.
    U omsluit mij, van achter en van voren,
    u legt uw hand op mij.
    Wonderlijk zoals u mij kent,
    het gaat mijn begrip te boven.

    Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
    hoe aan uw blikken ontkomen?
    Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan,
    lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.

    Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
    al ging ik wonen voorbij de verste zee,
    ook daar zou uw hand mij leiden,
    zou uw rechterhand mij vasthouden.

    Al zei ik: ‘Laat het duister mij opslokken,
    het licht om mij heen veranderen in nacht,’
    ook dan zou het duister voor u niet donker zijn –
    de nacht zou oplichten als de dag,
    het duister helder zijn als het licht.

    U was het die mijn nieren vormde,
    die mij weefde in de buik van mijn moeder.
    Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
    wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
    Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

    Toen ik in het verborgene gemaakt werd,
    kunstig geweven in de schoot van de aarde,
    was mijn wezen voor u geen geheim.
    Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,
    alles werd in uw boekrol opgetekend,
    aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.

    Hoe rijk zijn uw gedachten, God,
    hoe eindeloos in aantal,
    ontelbaar veel, meer dan er zandkorrels zijn.
    Ontwaak ik, dan nog ben ik bij u.|

    God, breng de zondaars om,
    – weg uit mijn ogen, jullie die bloed vergieten –
    ze spreken kwaadaardig over u,
    uw vijanden misbruiken uw naam.

    Zou ik niet haten wie u haten, HEER,
    niet verachten wie tegen u opstaan?
    Ik haat hen, zo fel als ik haten kan,
    ze zijn mijn vijand geworden.

    Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
    peil mij, weet wat mij kwelt,
    zie of ik geen verkeerde weg ga,
    en leid mij over de weg die eeuwig is.

  • 53. Met volle teugen

    Deze week leest Wieteke Prediker 9:1-12 Ik vestigde mijn aandacht op het volgende en heb het onderzocht: Wat de wijzen en rechtvaardigen tot stand brengen, is in de hand van God. Ook hun liefde, ook hun haat. Geen mens kan in de toekomst zien. Hij weet alleen dat ieder mens hetzelfde lot wacht. Ben je een rechtvaardige of zondaar, goed en rein of onrein, offer je wel of offer je niet, ben je goed of zondig, durf je makkelijk een eed te zweren of ben je bang een eed te zweren – alle mensen treft hetzelfde lot. Dat is zo triest bij alles wat de mensen doen onder de zon; en hoe triest ook dat hun hart hun leven lang vol kwaad en dwaasheid is, en dat hun leven eindigt bij de doden. Voor wie nog leven mag, is er nog hoop; beter een levende hond dan een dode leeuw. Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets. Er is niets meer dat hun loont, want ze zijn vergeten. Hun liefde en hun haat, alle hartstocht die ze ooit hebben gehad, ging allang verloren. Ze nemen nooit meer deel aan alles wat gebeurt onder de zon. Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven. Doe wat je hand te doen vindt. Doe het met volle inzet, want er zijn geen daden en gedachten, geen kennis en geen wijsheid in het dodenrijk. Daar ben je altijd naar op weg. Ik heb onder de zon opnieuw gezien dat niet altijd een snelle hardloper de wedloop wint, een sterke held de oorlog, dat hij die wijs is niet altijd zijn brood heeft, en hij die inzicht heeft de rijkdom, hij die bekwaam is het respect. Zij allen zijn afhankelijk van tijd en toeval. Nooit weet de mens wanneer zijn tijd gekomen is: zoals de vissen verraderlijk worden gevangen door de fuik en de vogels door de val, zo wordt de mens verrast door de verraderlijke tijd, wanneer die als een klapnet op hem valt.

  • Herinnering: Van welke bijbeltekst wil jij graag een aflevering?

    De komende twee weken zijn Wieteke en Wiebe met podcast vakantie. Maar je kunt nu wel jouw favoriete bijbeltekst opgeven voor een aflevering. Wij kiezen de leukste inzending uit en […]

  • 17. Hemel (heruitzending)

    https://soundcloud.com/gelukkigdemens/17-hemel-heruitzending/s-bKehJvVTixo

    De komende twee weken zijn Wieteke en Wiebe met podcast vakantie. Maar je kunt nu wel jouw favoriete bijbeltekst opgeven voor een aflevering. Wij kiezen de leukste inzending uit en maken er een aflevering van. ✉️Stuur ons een berichtje (www.gelukkigdemens.nl/tekst, gelukkigdemens@gmail.com, facebook of instagram) en geef door van welke bijbeltekst jij een aflevering wilt.

    Voor deze week hebben we een oude aflevering online gezet: Hemel. Luister nu via #spotify, www.gelukkigdemens.nl/17-hemel-heruitzending of je eigen podcastapp.

    Deze keer leest Wieteke Matteüs 13:44-52

    Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.

    Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.

    Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen eropuit trekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden.

    Hebben jullie dit alles begrepen?’ ‘Ja,’ antwoordden ze. Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’

  • Van welke bijbeltekst wil jij graag een aflevering?

    De komende twee weken zijn Wieteke en Wiebe met podcast vakantie. Maar je kunt nu wel jouw favoriete bijbeltekst opgeven voor een aflevering. Wij kiezen de leukste inzending uit en […]

  • 31. Samen schelpen zoeken (heruitzending)

    De komende twee weken zijn Wieteke en Wiebe met podcast vakantie. Maar je kunt nu wel jouw favoriete bijbeltekst opgeven voor een aflevering. Wij kiezen de leukste inzending uit en maken er een aflevering van. ✉️Stuur ons een berichtje (www.gelukkigdemens.nl/tekst, gelukkigdemens@gmail.com, facebook of instagram) en geef door van welke bijbeltekst jij een aflevering wilt.

    Voor deze week hebben we een oude aflevering online gezet: Samen schelpen zoeken. Luister nu via #spotify, www.gelukkigdemens.nl/31-samen-schelpen-zoeken-heruitzending of je eigen podcastapp.

    Deze week leest Wieteke Spreuken 9:1-18

    Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zeven zuilen heeft ze uitgekapt. Ze heeft haar vee geslacht, haar wijn gemengd, haar tafel heeft ze gedekt. Haar dienaressen heeft zij de stad in gestuurd, zelf roept zij vanaf de hoogste plaats: ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: ‘Kom, eet het brood dat ik je geef, drink de wijn die ik heb gemengd. Wees niet langer zo onnozel, leef, en betreed de weg van het inzicht.’

    Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot, wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag. Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert.

    Wijsheid begint met ontzag voor de HEER, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige. Door mij, Wijsheid, vermeerderen de dagen van je leven, je levensjaren nemen door mij toe. Als je wijs bent, heb je er zelf voordeel van, als je spot, benadeel je jezelf.

    Vrouwe Dwaasheid bazelt maar, door haar domheid heeft ze nergens weet van. Ze zit bij de deur van haar huis, in een zetel, hoog in de stad. Ze roept naar de voorbijgangers, naar hen die rechtdoor willen gaan: ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: ‘Gestolen water smaakt verrukkelijk, geroofd brood is een lekkernij.’ Maar wie zij naar zich toe lokt weet niet dat hij afdaalt naar de schimmen, hij daalt af tot in het dodenrijk.

  • 52. Ongemak (Pasen)

    Deze week leest Wieteke Johannes 20:1-18

    Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald.   Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis.

    Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

  • 51. Het staat er niet

    Deze week leest Wieteke Marcus 14:1-11

    De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem door middel van een list gevangen te nemen en te doden. Ze zeiden bij zichzelf: Tijdens het feest kan dat niet, want dan komt het volk in opstand.

    Toen hij in Betanië in het huis van Simon – degene die aan huidvraat had geleden – aanwezig was bij een feestmaal, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje en goot de olie uit over zijn hoofd. Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: ‘Waar is deze verkwisting goed voor? Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.’ Ze voeren tegen haar uit. Maar Jezus zei: ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goeds voor mij gedaan. Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis. Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’

    Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren. Toen zij dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven. En hij zon op een mogelijkheid om hem op een geschikt moment uit te leveren.

  • 50. Doodsbang

    Deze week leest Wieteke Johannes 12:20-29

    Nu was er ook een aantal Grieken naar het feest gekomen om God te aanbidden. Zij gingen naar Filippus uit Betsaïda in Galilea, en vroegen hem of ze Jezus konden ontmoeten. Filippus ging dat tegen Andreas zeggen en samen gingen ze naar Jezus. Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven. Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden.

    Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen. Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’ De mensen die daar stonden en dit hoorden, zeiden: ‘Een donderslag!’ Maar er waren er ook die zeiden dat het een engel was die tegen hem gesproken had.

Volg ons nu op:

Ontvang een e-mail bij nieuwe afleveringen

We gebruiken het programma Mailchimp om je op de hoogte te houden van nieuwe afleveringen. Door op de knop 'Abonneren' te drukken ga je akkoord dat Mailchimp jouw gegevens verwerkt. Je kunt je op elk moment uitschrijven voor deze e-mails.