Tag: Psalmen

  • 63. Alsof God bestaat

    Deze week leest Wieteke Psalm 85

    U bent uw land genadig geweest, HEER,
    u keerde het lot van Jakob ten goede,
    nam de schuld van uw volk weg
    en bedekte al zijn zonden.
    U bedwong uw woede
    en wendde u af van uw brandende toorn.

    God, onze helper, keer tot ons terug,
    onderdruk uw afschuw van ons.
    Wilt u voor eeuwig uw toorn laten duren,
    verbolgen zijn van geslacht op geslacht?

    Breng ons weer tot leven,
    dan zullen wij ons in u verheugen
    Toon ons uw trouw, HEER,
    en geef ons uw hulp.

    Ik wil horen wat God ons zegt.
    De HEER spreekt woorden van vrede
    tegen zijn volk, zijn getrouwen.
    Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid!

    Voor wie hem eren is zijn hulp nabij:
    zijn glorie komt wonen in ons land,
    trouw en waarheid omhelzen elkaar,
    recht en vrede begroeten elkaar met een kus,
    uit de aarde bloeit de waarheid op,
    het recht ziet uit de hemel toe.

    De HEER geeft al het goede:
    ons land zal vruchten geven.
    Het recht gaat voor God uit
    en baant voor hem de weg. 

  • 58. De hulpvraag

    Deze week leest Wieteke Psalm 141

    HEER, u roep ik aan, kom mij te hulp, luister naar mij nu ik tot u roep. Laat mijn gebed voor u zijn als reukwerk, mijn geheven handen als een avondoffer.

    Zet een wacht voor mijn mond, HEER, een post voor de deur van mijn lippen. Houd mijn hart ver van het kwaad, verleid het niet tot goddeloze daden met hen die onrecht bedrijven, laat mij niet eten van hun overvloed.

    Zou een rechtvaardige mij slaan, het was mij een weldaad, zou hij mij straffen, het was balsem op mijn hoofd. Zou ik lijden onder de kwaden, dan nog bleef ik bidden, en werden hun leiders van de rotsen geworpen, van mij hoorden ze woorden van deernis.

    Verspreid als de aarde, geploegd en omgewoeld, ligt ons gebeente bij de muil van het dodenrijk. Maar HEER, mijn God: naar u zijn mijn ogen gericht, bij u schuil ik, giet mijn leven niet weg als water.

    Behoed mij voor de strik die zij hebben gespannen, voor de valkuil van hen die onrecht doen. Laat de goddelozen in hun eigen netten raken en mij alleen ontkomen.

  • 54. Doorgrond mij

    Deze week leest Wieteke Pslam 139.

    Voor de koorleider. Van David, een psalm.
    HEER, u kent mij, u doorgrondt mij,
    u weet het als ik zit of sta,
    u doorziet van verre mijn gedachten.
    Ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op,
    met al mijn wegen bent u vertrouwd.

    Geen woord ligt op mijn tong,
    of u, HEER, kent het ten volle.
    U omsluit mij, van achter en van voren,
    u legt uw hand op mij.
    Wonderlijk zoals u mij kent,
    het gaat mijn begrip te boven.

    Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
    hoe aan uw blikken ontkomen?
    Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan,
    lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.

    Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
    al ging ik wonen voorbij de verste zee,
    ook daar zou uw hand mij leiden,
    zou uw rechterhand mij vasthouden.

    Al zei ik: ‘Laat het duister mij opslokken,
    het licht om mij heen veranderen in nacht,’
    ook dan zou het duister voor u niet donker zijn –
    de nacht zou oplichten als de dag,
    het duister helder zijn als het licht.

    U was het die mijn nieren vormde,
    die mij weefde in de buik van mijn moeder.
    Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
    wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
    Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

    Toen ik in het verborgene gemaakt werd,
    kunstig geweven in de schoot van de aarde,
    was mijn wezen voor u geen geheim.
    Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,
    alles werd in uw boekrol opgetekend,
    aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.

    Hoe rijk zijn uw gedachten, God,
    hoe eindeloos in aantal,
    ontelbaar veel, meer dan er zandkorrels zijn.
    Ontwaak ik, dan nog ben ik bij u.|

    God, breng de zondaars om,
    – weg uit mijn ogen, jullie die bloed vergieten –
    ze spreken kwaadaardig over u,
    uw vijanden misbruiken uw naam.

    Zou ik niet haten wie u haten, HEER,
    niet verachten wie tegen u opstaan?
    Ik haat hen, zo fel als ik haten kan,
    ze zijn mijn vijand geworden.

    Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
    peil mij, weet wat mij kwelt,
    zie of ik geen verkeerde weg ga,
    en leid mij over de weg die eeuwig is.

  • 46. Met sneeuw bedekt

    Deze week leest Wieteke Psalm 32

    Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven,
    van wie de zonden worden bedekt.
    Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt,
    als in zijn geest geen spoor van bedrog is.

    Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg,
    kreunend leed ik, de hele dag.
    Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht,|
    mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte.   

    Toen beleed ik u mijn zonde,
    ik dekte mijn schuld niet toe,
    ik zei: ‘Ik beken de HEER mijn ontrouw’ –
    en u vergaf mij mijn zonde, mijn schuld. sela

    Laten uw getrouwen dus tot u bidden
    als zij in zichzelf een zonde vinden.
    Stormt dan een vloed van water aan,
    die zal hen niet bereiken.

    Bij u ben ik veilig, u behoedt mij in de nood
    en omringt mij met gejuich van bevrijding. S  ela

    ‘Ik geef inzicht en wijs de weg die je moet gaan.
    Ik geef raad, op jou rust mijn oog.
    Wees niet redeloos als paarden of ezels
    die met bit en toom worden bedwongen,
    dan zal geen kwaad je treffen.’

  • 40. Alle mensen koning

    Deze week leest Wieteke Psalm 72:1-8

    Geef, o God, uw wetten aan de koning,
    uw gerechtigheid aan de koningszoon.
    Moge hij uw volk rechtvaardig besturen,
    uw arme volk naar recht en wet.

    Mogen de bergen vrede brengen aan het volk
    en de heuvels gerechtigheid.
    Moge hij recht doen aan de zwakken,
    redding bieden aan de armen,
    maar de onderdrukker neerslaan.

    Moge hij leven zolang de zon bestaat,
    zolang de maan zal schijnen,
    van geslacht op geslacht.
    Moge hij zijn als regen die valt op kale akkers,
    als buien die de aarde doordrenken.

    Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
    de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.
    Moge hij heersen van zee tot zee,
    van de Grote Rivier tot de einden der aarde.

  • 35. Niet voor niets

    Deze week leest Wieteke Psalm 90

    Heer, u bent ons een toevlucht geweest
    van geslacht op geslacht.
    Nog voor de bergen waren geboren,
    voor u aarde en land had gebaard –
    u bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

    U doet de sterveling terugkeren tot stof
    en zegt: ‘Keer terug, mensenkind.’
    Duizend jaar zijn in uw ogen
    als de dag van gisteren die voorbij is,
    niet meer dan een wake in de nacht.

    U vaagt ons weg als slaap
    in de morgen, als opschietend gras
    dat ontkiemt in de morgen en opschiet,
    en ’s avonds verwelkt en verdort.

    Wij komen om door uw toorn,
    door uw woede bezwijken wij.
    U hebt onze zonden vóór u geleid,
    onze geheimen onthuld in het licht van uw gelaat.

    Al onze dagen gaan heen door uw woede,
    wij beëindigen onze jaren in een zucht.
    Zeventig jaar duren onze dagen,
    of tachtig als wij sterk zijn.
    Het beste daarvan is moeite en leed,
    het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.

    Wie kent de kracht van uw toorn,
    wie vreest oprecht uw woede?
    Leer ons zo onze dagen te tellen
    dat wijsheid ons hart vervult.

    Keer u tot ons, HEER – hoe lang nog?
    Ontferm u over uw dienaren.
    Vervul ons in de morgen met uw liefde,
    laat ons van blijdschap juichen, al onze dagen.

    Geef ons vreugde, vergoed de dagen dat u ons kwelde,
    de jaren dat wij ellende doorstonden.
    Toon uw daden aan uw dienaren,
    maak uw glorie bekend aan hun kinderen.

    Laat ons uw genade zien, Heer, onze God.
    Bevestig het werk van onze handen,
    het werk van onze handen, bevestig dat.

  • 28. De herder

    Deze week leest Wieteke Psalm 23

    De HEER is mijn herder,
    het ontbreekt mij aan niets.
    Hij laat mij rusten in groene weiden
    en voert mij naar vredig water,
    hij geeft mij nieuwe kracht
    en leidt mij langs veilige paden
    tot eer van zijn naam.

    Al gaat mijn weg
    door een donker dal,
    ik vrees geen gevaar,
    want u bent bij mij,
    uw stok en uw staf,
    zij geven mij moed.

    U nodigt mij aan tafel
    voor het oog van de vijand,
    u zalft mijn hoofd met olie,
    mijn beker vloeit over.

    Geluk en genade volgen mij
    alle dagen van mijn leven,
    ik keer terug in het huis van de HEER
    tot in lengte van dagen.

  • 26. Naakt voor de spiegel

    Deze week leest Wieteke Psalm 25

    Van David

    Naar u, HEER, gaat mijn verlangen uit,
    mijn God, op u vertrouw ik, maak mij niet te schande,
    laat mijn vijanden niet triomferen.
    Zij die op u hopen worden niet beschaamd,
    beschaamd worden zij die u achteloos verraden.

    Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd,
    leer mij uw paden te gaan.
    Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
    want u bent de God die mij redt,
    op u blijf ik hopen, elke dag weer.

    Denk aan uw barmhartigheid, HEER,
    aan uw liefde door de eeuwen heen.
    Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
    maar denk met liefde aan mij
    en laat uw goedheid spreken, HEER.

    Goed en rechtvaardig is de HEER:
    hij wijst zondaars de weg,
    wie nederig zijn leidt hij in het rechte spoor,
    hij leert hun zijn paden te gaan.
    Liefde en trouw zijn de weg van de HEER
    voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.

    Vergeef mij, HEER, mijn grote schuld,
    omwille van uw naam.

    Aan wie in ontzag voor hem leven,
    leert de HEER de rechte weg te kiezen.
    Hun leven verloopt in voorspoed
    en hun kinderen zullen het land bezitten.
    De HEER is een vriend van wie hem vrezen,
    hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond.

    Ik houd mijn oog gericht op de HEER,
    hij bevrijdt mijn voeten uit het net.
    Keer u tot mij en wees mij genadig,
    ik ben alleen en ellendig.
    Mijn hart is vol van angst,
    bevrijd mij uit mijn benauwenis.

    Zie mij in mijn nood, in mijn ellende,
    vergeef mij al mijn zonden.
    Zie met hoe velen mijn vijanden zijn,
    hoe ze mij dodelijk haten.

    Behoed mij en bevrijd mij,
    maak mij niet te schande, want ik schuil bij u.
    Onschuld en oprechtheid mogen mij bewaren,
    op u is mijn hoop gevestigd.

    God, verlos Israël,
    verlos het van al zijn angsten.

  • 15. Hoe lang nog

    Deze week hoorde Wieteke het lied "Hoe lang" van het duo Nick en Simon. Dit lied deed haar aan Psalm 13 denken en daar is deze aflevering uit voorgekomen; Hoe lang nog.

    Psalm 13:2-6

    Hoe lang nog, HEER, zult u mij vergeten,
    hoe lang nog verbergt u voor mij uw gelaat?
    Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen
    en mijn hart door verdriet overstelpt, dag aan dag?
    Hoe lang nog houdt mijn vijand de overhand?

    Zie mij, antwoord mij, HEER, mijn God!
    Verlicht mijn ogen, dat ik niet in doodsslaap wegzink.
    Laat mijn vijand niet roepen: ‘Ik heb hem verslagen,’
    mijn belagers niet juichen omdat ik bezwijk.

    Ik vertrouw op uw liefde:
    mijn hart zal juichen omdat u redding brengt,
    ik zal zingen voor de HEER, hij heeft mij geholpen.

    PS: Mocht je het lied van Nick en Simon willen luisteren, dan kun je het hier vinden: https://www.youtube.com/watch?v=tMP_fz7n_vc

  • 8. Goed leven

    Deze keer leest Wieteke Psalm 34:12-23

    Kom, kinderen, luister naar mij,
    ik leer je ontzag voor de HEER.
    Hebben jullie het leven lief,
    wil je goede jaren genieten? [...]

    Behoed dan je tong voor het kwaad,
    je lippen voor woorden van bedrog.
    Mijd het kwade, doe wat goed is,
    streef naar vrede, jaag die na.

    Het oog van de HEER rust op de rechtvaardigen,
    zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.
    Toornig ziet de HEER wie kwaad doen aan,
    hij wist hun namen op aarde uit.

    De HEER hoort de kreten van de rechtvaardigen,
    hij bevrijdt hen uit de nood,
    gebroken mensen is de HEER nabij,
    hij redt wie zwaar wordt getroffen.

    Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,
    de HEER zal hem steeds weer bevrijden.
    Hij waakt zelfs over zijn beenderen,
    niet één ervan wordt verbrijzeld.

    Een slecht mens komt om door eigen kwaad,
    wie een rechtvaardige haat zal boeten,
    de HEER redt het leven van zijn dienaren,
    nooit zal boeten wie schuilt bij hem.

Volg ons nu op:

Ontvang een e-mail bij nieuwe afleveringen

We gebruiken het programma Mailchimp om je op de hoogte te houden van nieuwe afleveringen. Door op de knop 'Abonneren' te drukken ga je akkoord dat Mailchimp jouw gegevens verwerkt. Je kunt je op elk moment uitschrijven voor deze e-mails.