Afleveringen

  • 25. Bevoegdheid

    Deze week leest Wieteke Matteüs 21:23-27

    Toen hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar hem toe. Ze vroegen hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven?’ Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Ik zal u ook een vraag stellen, en als u mij daarop antwoord geeft, zal ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe. In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van mensen?’ Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel,” dan zal hij tegen ons zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” Maar als we zeggen: “Van mensen,” dan krijgen we het volk over ons heen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet.’ Dus gaven ze Jezus als antwoord: ‘We weten het niet.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe.

  • 24. Het valt niet mee

    Deze week leest Wieteke Exodus 32:7-14

    De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich. Nu al zijn ze afgeweken van de weg die ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’ De HEER zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. Houd mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.’ Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt u dan uw toorn laten woeden tegen uw eigen volk, HEER, dat u met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? Wilt u dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie u onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan ik gesproken heb zal ik hun voor altijd in bezit geven.”’ Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.

  • 23. Anker

    Deze keer leest Wieteke Jesaja 51:1-6

    Luister naar mij,
    jullie die gerechtigheid najagen,
    jullie die de HEER zoeken.
    Kijk naar de rots waaruit je gehouwen bent,
    naar de diepe groeve waar je gedolven bent.
    Kijk naar Abraham, jullie vader,
    naar Sara, die jullie heeft gebaard;
    toen ik hem riep was hij alleen,
    maar ik heb hem gezegend en talrijk gemaakt.

    De HEER troost Sion,
    hij biedt troost aan haar ruïnes.
    Hij maakt haar woestenij aan Eden gelijk,
    haar wildernis wordt als de tuin van de HEER.
    Het zal een oord zijn van vreugde en gejuich,
    waar muziek en lofzang klinken.
    Mijn volk, luister aandachtig naar mij,
    mijn natie, leen mij je oor.
    De wet vindt zijn oorsprong in mij,
    en mijn recht zal een licht zijn voor alle volken.
    In een oogwenk breng ik de zege nabij,
    de hulp die ik bied is al onderweg;
    ik zal krachtig rechtspreken over de volken.
    De eilanden hebben hun hoop op mij gevestigd,
    ze zien uit naar mijn krachtig optreden.

    Kijk omhoog naar de hemel,
    kijk naar de aarde beneden:
    al vervliegt de hemel als rook,
    al valt de aarde uiteen als een oud gewaad
    en sterven haar bewoners als muggen,
    de redding die ik breng, zal voor altijd blijven
    en mijn recht zal geen einde hebben.

  • 22. Jezelf durven zien

    Deze keer leest Wieteke Lucas 18:9-14

    Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis. ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar. De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

  • 21. Kruimels

    Deze keer leest Wieteke Matteüs 15:21-28

    En weer vertrok Jezus; hij week uit naar het gebied van Tyrus en Sidon.

    Plotseling klonk de roep van een Kanaänitische vrouw die uit die streek afkomstig was: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’ Maar hij keurde haar geen woord waardig. Zijn leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen hem dringend: ‘Stuur haar toch weg, anders blijft ze maar achter ons aan schreeuwen.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’ Maar zij kwam dichterbij, wierp zich voor hem neer en zei: ‘Heer, help mij!’ Hij antwoordde: ‘Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’ Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ En vanaf dat moment was haar dochter genezen.

  • 20. Sabbat

    Deze keer leest Wieteke Jesaja 56:1-8

    Dit zegt de HEER:

    Handel rechtvaardig, handhaaf het recht;
    de redding die ik breng is nabij,
    en weldra openbaar ik mijn gerechtigheid.

    Gelukkig de mens die zo handelt,
    het mensenkind dat hieraan vasthoudt;
    hij neemt de sabbat in acht en ontwijdt hem niet,
    hij weerhoudt zijn hand van het kwaad.

    De vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden,
    laat hij niet zeggen:
    ‘De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.’
    En laat de eunuch niet zeggen:
    ‘Ik ben maar een dorre boom.’

    Want dit zegt de HEER:
    De eunuch die mijn sabbat in acht neemt,
    die keuzes maakt naar mijn wil,
    die vasthoudt aan mijn verbond,
    hem geef ik iets beters dan zonen en dochters:
    een gedenkteken en een naam in mijn tempel
    en binnen de muren van mijn stad.
    Ik geef hem een eeuwige naam,
    een naam die onvergankelijk is.

    En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden
    om hem te dienen en zijn naam lief te hebben,
    om dienaar van de HEER te zijn
    – ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt,
    ieder die vasthoudt aan mijn verbond –,
    hem breng ik naar mijn heilige berg,
    hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed;
    zijn offers zijn welkom op mijn altaar.
    Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’.

    Zo spreekt God, de HEER,
    die bijeenbrengt wie uit Israël verdreven waren:
    Ik breng er nog meer bijeen dan al bijeengebracht zijn.

  • 19. De stroom

    Deze keer leest Wieteke Jona 2:3-11

    ‘In mijn nood roep ik de HEER aan
    en hij antwoordt mij.
    Uit het rijk van de dood schreeuw ik om hulp –
    u hoort mijn stem!

    U slingerde mij de diepte in, naar het hart van de zee.
    Door kolkend water ben ik omgeven,
    zwaar slaan uw golven over mij heen.
    Ik dacht: Verstoten ben ik, verbannen uit uw ogen.
    Maar eens zal ik opnieuw
    uw heilige tempel aanschouwen.

    Het water stijgt tot aan mijn lippen,
    muren van water storten op mij neer,
    zeewier om mijn hoofd verstikt mij.
    Ik zink tot de bodem, waar de bergen oprijzen,
    naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sluit.
    Maar u trekt mij levend uit de dood omhoog,
    o HEER, mijn God!
    Nu mijn levensadem mij verlaat
    roep ik u aan, HEER,
    en mijn gebed komt tot u
    in uw heilige tempel.

    Zij die armzalige afgoden vereren,
    verlaten u, trouwe God.
    Maar ik zal mijn stem in dank verheffen
    en u offers brengen;
    mijn geloften los ik in.
    Het is de HEER die redt!’

    Toen, op bevel van de HEER, spuwde de vis Jona uit op het land.

  • 18. Andere blik

    Deze keer leest Wieteke Matteüs 14:13-21

    Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze hem over land. Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken.

    Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ Ze antwoordden hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’ Hij zei: ‘Breng ze mij.’ En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. 

    Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.

  • 17. Hemel

    Deze keer leest Wieteke Matteüs 13:44-52 Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen. Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen. Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen eropuit trekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden. Hebben jullie dit alles begrepen?’ ‘Ja,’ antwoordden ze. Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’

  • 16. Sterren

    Deze keer leest Wieteke Jesaja 40:12-25

    Wie heeft de wateren met holle hand omvat,
    de hemel gemeten met een ellenmaat?
    Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast?
    Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal,
    de heuvels met balans en gewichten?
    Wie heeft de geest van de HEER gemeten?
    Heeft iemand hem ooit raad gegeven?
    Wie raadpleegt hij, wie biedt hem inzicht?
    Wie leidt hem op de paden van het recht?
    Wie leidt hem naar de wijsheid?
    Wie toont hem de weg van het inzicht?
    In zijn ogen zijn de volken
    als een druppel in een emmer,
    als een stofje op een weegschaal;
    de eilanden weegt hij als zandkorrels.
    Zelfs de Libanon levert te weinig hout,
    te weinig wild voor een brandoffer.
    De volken betekenen niets in zijn ogen,
    voor hem zijn ze minder dan niets.

    Met wie wil je God vergelijken,
    hoe is hij uit te beelden?
    Met een godenbeeld misschien?
    Dat is door een ambachtsman gemaakt,
    door een edelsmid overtrokken
    met goud en zilverbeslag. 
    Met een beeld, opgericht op een bergtop?
    Dat is maar een stuk hout dat niet vermolmt,
    met zorg gekozen door een vakman,
    die een godenbeeld wil maken dat niet omvalt.

    Weet je het niet? Heb je het niet gehoord?
    Is het je niet van meet af aan verteld?
    Is het niet al helder sinds de grondvesting van de wereld?
    Hij troont boven de schijf van de aarde
    – haar bewoners zijn als sprinkhanen –,
    hij spreidt de hemel uit als een doek,
    spant hem uit als een tent om in te wonen.
    Hij maakt vorsten nietig,
    de leiders van de aarde onbeduidend:
    nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks gezaaid,
    nauwelijks hebben ze wortel geschoten,
    of hij blaast over hen, en ze verdorren
    en de stormwind neemt hen op als kaf.
    Met wie wil je mij vergelijken, zegt de Heilige,
    aan wie ben ik gelijk te stellen?

    Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen?
    Hij laat het leger sterren voltallig uitrukken,
    hij roept ze bij hun naam, een voor een;
    door zijn kracht en onmetelijke grootheid
    ontbreekt er niet één.

Volg ons nu op:

Podcast van Dopersduin

Gelukkig de mens is een podcast van Dopersduin, het Doopsgezind broederschapshuis voor ontmoeting, bezinning en ontspanning

Ontvang een e-mail bij nieuwe afleveringen

We gebruiken het programma Mailchimp om je op de hoogte te houden van nieuwe afleveringen. Door op de knop 'Abonneren' te drukken ga je akkoord dat Mailchimp jouw gegevens verwerkt. Je kunt je op elk moment uitschrijven voor deze e-mails.