Recent Posts

  • 26. Naakt voor de spiegel

    Deze week leest Wieteke Psalm 25

    Van David

    Naar u, HEER, gaat mijn verlangen uit,
    mijn God, op u vertrouw ik, maak mij niet te schande,
    laat mijn vijanden niet triomferen.
    Zij die op u hopen worden niet beschaamd,
    beschaamd worden zij die u achteloos verraden.

    Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd,
    leer mij uw paden te gaan.
    Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
    want u bent de God die mij redt,
    op u blijf ik hopen, elke dag weer.

    Denk aan uw barmhartigheid, HEER,
    aan uw liefde door de eeuwen heen.
    Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
    maar denk met liefde aan mij
    en laat uw goedheid spreken, HEER.

    Goed en rechtvaardig is de HEER:
    hij wijst zondaars de weg,
    wie nederig zijn leidt hij in het rechte spoor,
    hij leert hun zijn paden te gaan.
    Liefde en trouw zijn de weg van de HEER
    voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.

    Vergeef mij, HEER, mijn grote schuld,
    omwille van uw naam.

    Aan wie in ontzag voor hem leven,
    leert de HEER de rechte weg te kiezen.
    Hun leven verloopt in voorspoed
    en hun kinderen zullen het land bezitten.
    De HEER is een vriend van wie hem vrezen,
    hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond.

    Ik houd mijn oog gericht op de HEER,
    hij bevrijdt mijn voeten uit het net.
    Keer u tot mij en wees mij genadig,
    ik ben alleen en ellendig.
    Mijn hart is vol van angst,
    bevrijd mij uit mijn benauwenis.

    Zie mij in mijn nood, in mijn ellende,
    vergeef mij al mijn zonden.
    Zie met hoe velen mijn vijanden zijn,
    hoe ze mij dodelijk haten.

    Behoed mij en bevrijd mij,
    maak mij niet te schande, want ik schuil bij u.
    Onschuld en oprechtheid mogen mij bewaren,
    op u is mijn hoop gevestigd.

    God, verlos Israël,
    verlos het van al zijn angsten.

  • 25. Bevoegdheid

    Deze week leest Wieteke Matteüs 21:23-27

    Toen hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar hem toe. Ze vroegen hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven?’ Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Ik zal u ook een vraag stellen, en als u mij daarop antwoord geeft, zal ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe. In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van mensen?’ Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel,” dan zal hij tegen ons zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” Maar als we zeggen: “Van mensen,” dan krijgen we het volk over ons heen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet.’ Dus gaven ze Jezus als antwoord: ‘We weten het niet.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe.

  • 24. Het valt niet mee

    Deze week leest Wieteke Exodus 32:7-14

    De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich. Nu al zijn ze afgeweken van de weg die ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’ De HEER zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. Houd mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.’ Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt u dan uw toorn laten woeden tegen uw eigen volk, HEER, dat u met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? Wilt u dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie u onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan ik gesproken heb zal ik hun voor altijd in bezit geven.”’ Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.

  • 23. Anker

    Deze keer leest Wieteke Jesaja 51:1-6

    Luister naar mij,
    jullie die gerechtigheid najagen,
    jullie die de HEER zoeken.
    Kijk naar de rots waaruit je gehouwen bent,
    naar de diepe groeve waar je gedolven bent.
    Kijk naar Abraham, jullie vader,
    naar Sara, die jullie heeft gebaard;
    toen ik hem riep was hij alleen,
    maar ik heb hem gezegend en talrijk gemaakt.

    De HEER troost Sion,
    hij biedt troost aan haar ruïnes.
    Hij maakt haar woestenij aan Eden gelijk,
    haar wildernis wordt als de tuin van de HEER.
    Het zal een oord zijn van vreugde en gejuich,
    waar muziek en lofzang klinken.
    Mijn volk, luister aandachtig naar mij,
    mijn natie, leen mij je oor.
    De wet vindt zijn oorsprong in mij,
    en mijn recht zal een licht zijn voor alle volken.
    In een oogwenk breng ik de zege nabij,
    de hulp die ik bied is al onderweg;
    ik zal krachtig rechtspreken over de volken.
    De eilanden hebben hun hoop op mij gevestigd,
    ze zien uit naar mijn krachtig optreden.

    Kijk omhoog naar de hemel,
    kijk naar de aarde beneden:
    al vervliegt de hemel als rook,
    al valt de aarde uiteen als een oud gewaad
    en sterven haar bewoners als muggen,
    de redding die ik breng, zal voor altijd blijven
    en mijn recht zal geen einde hebben.

  • 22. Jezelf durven zien

    Deze keer leest Wieteke Lucas 18:9-14

    Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis. ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar. De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

  • 21. Kruimels

    Deze keer leest Wieteke Matteüs 15:21-28

    En weer vertrok Jezus; hij week uit naar het gebied van Tyrus en Sidon.

    Plotseling klonk de roep van een Kanaänitische vrouw die uit die streek afkomstig was: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’ Maar hij keurde haar geen woord waardig. Zijn leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen hem dringend: ‘Stuur haar toch weg, anders blijft ze maar achter ons aan schreeuwen.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’ Maar zij kwam dichterbij, wierp zich voor hem neer en zei: ‘Heer, help mij!’ Hij antwoordde: ‘Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’ Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ En vanaf dat moment was haar dochter genezen.

  • 20. Sabbat

    Deze keer leest Wieteke Jesaja 56:1-8

    Dit zegt de HEER:

    Handel rechtvaardig, handhaaf het recht;
    de redding die ik breng is nabij,
    en weldra openbaar ik mijn gerechtigheid.

    Gelukkig de mens die zo handelt,
    het mensenkind dat hieraan vasthoudt;
    hij neemt de sabbat in acht en ontwijdt hem niet,
    hij weerhoudt zijn hand van het kwaad.

    De vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden,
    laat hij niet zeggen:
    ‘De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.’
    En laat de eunuch niet zeggen:
    ‘Ik ben maar een dorre boom.’

    Want dit zegt de HEER:
    De eunuch die mijn sabbat in acht neemt,
    die keuzes maakt naar mijn wil,
    die vasthoudt aan mijn verbond,
    hem geef ik iets beters dan zonen en dochters:
    een gedenkteken en een naam in mijn tempel
    en binnen de muren van mijn stad.
    Ik geef hem een eeuwige naam,
    een naam die onvergankelijk is.

    En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden
    om hem te dienen en zijn naam lief te hebben,
    om dienaar van de HEER te zijn
    – ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt,
    ieder die vasthoudt aan mijn verbond –,
    hem breng ik naar mijn heilige berg,
    hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed;
    zijn offers zijn welkom op mijn altaar.
    Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’.

    Zo spreekt God, de HEER,
    die bijeenbrengt wie uit Israël verdreven waren:
    Ik breng er nog meer bijeen dan al bijeengebracht zijn.

  • 19. De stroom

    Deze keer leest Wieteke Jona 2:3-11

    ‘In mijn nood roep ik de HEER aan
    en hij antwoordt mij.
    Uit het rijk van de dood schreeuw ik om hulp –
    u hoort mijn stem!

    U slingerde mij de diepte in, naar het hart van de zee.
    Door kolkend water ben ik omgeven,
    zwaar slaan uw golven over mij heen.
    Ik dacht: Verstoten ben ik, verbannen uit uw ogen.
    Maar eens zal ik opnieuw
    uw heilige tempel aanschouwen.

    Het water stijgt tot aan mijn lippen,
    muren van water storten op mij neer,
    zeewier om mijn hoofd verstikt mij.
    Ik zink tot de bodem, waar de bergen oprijzen,
    naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sluit.
    Maar u trekt mij levend uit de dood omhoog,
    o HEER, mijn God!
    Nu mijn levensadem mij verlaat
    roep ik u aan, HEER,
    en mijn gebed komt tot u
    in uw heilige tempel.

    Zij die armzalige afgoden vereren,
    verlaten u, trouwe God.
    Maar ik zal mijn stem in dank verheffen
    en u offers brengen;
    mijn geloften los ik in.
    Het is de HEER die redt!’

    Toen, op bevel van de HEER, spuwde de vis Jona uit op het land.

  • 18. Andere blik

    Deze keer leest Wieteke Matteüs 14:13-21

    Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze hem over land. Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken.

    Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ Ze antwoordden hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’ Hij zei: ‘Breng ze mij.’ En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. 

    Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.

  • 17. Hemel

    Deze keer leest Wieteke Matteüs 13:44-52 Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen. Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen. Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen eropuit trekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden. Hebben jullie dit alles begrepen?’ ‘Ja,’ antwoordden ze. Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’

Volg ons nu op:

Ontvang een e-mail bij nieuwe afleveringen

We gebruiken het programma Mailchimp om je op de hoogte te houden van nieuwe afleveringen. Door op de knop 'Abonneren' te drukken ga je akkoord dat Mailchimp jouw gegevens verwerkt. Je kunt je op elk moment uitschrijven voor deze e-mails.