Recent Posts

  • 42. Water in wijn

    Deze week leest Wieteke Johannes 2:1-12

    Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem. Daarna ging hij naar Kafarnaüm, met zijn moeder, zijn broers en zijn leerlingen, en daar bleven ze een paar dagen.

  • 41. Less is more

    Deze week leest Wieteke Marcus 1:1-11

    Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.

    Het staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen. Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”’

    Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’

    In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’

  • 40. Alle mensen koning

    Deze week leest Wieteke Psalm 72:1-8

    Geef, o God, uw wetten aan de koning,
    uw gerechtigheid aan de koningszoon.
    Moge hij uw volk rechtvaardig besturen,
    uw arme volk naar recht en wet.

    Mogen de bergen vrede brengen aan het volk
    en de heuvels gerechtigheid.
    Moge hij recht doen aan de zwakken,
    redding bieden aan de armen,
    maar de onderdrukker neerslaan.

    Moge hij leven zolang de zon bestaat,
    zolang de maan zal schijnen,
    van geslacht op geslacht.
    Moge hij zijn als regen die valt op kale akkers,
    als buien die de aarde doordrenken.

    Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
    de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.
    Moge hij heersen van zee tot zee,
    van de Grote Rivier tot de einden der aarde.

  • 39. Een lief kind

    Deze week leest Wieteke Lucas 2:25-35

    Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien. Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:

    ‘Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’

    Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd. Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’

  • 38. Mooie verhalen

    Deze week leest Wieteke Lucas 1:26-38

    In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’

    Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want voor God is niets onmogelijk.’ Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.

  • 37. Een god met ballen

    🔆Het is vanaf nu mogelijk om je op te geven voor de Gelukkig de mens Bijbelweekenden. Ga naar www.gelukkigdemens.nl/bijbelweekenden voor meer informatie.🔆

    Deze week leest Wieteke Jesaja 64

    Scheurde u maar de hemel open om af te dalen!
    De bergen zouden voor u beven.
    Zoals vuur dorre twijgen in vlam zet,
    zoals vuur water doet koken,
    zo zou u uw vijanden uw naam laten kennen
    en alle volken voor u laten beven,
    omdat u de geduchte daden doet
    waarop wij niet durven hopen.
    Als u toch zou afdalen!
    De bergen zouden voor u beven.

    Nog nooit is zoiets gehoord,
    niet eerder zoiets vernomen.
    Geen oog zag ooit een god buiten u,
    die opkomt voor wie op hem wacht.
    U komt ieder tegemoet
    die van harte rechtvaardig handelt,
    die uw weg gaat, met u voor ogen.
    Maar nu bent u in toorn ontstoken,
    omdat wij gezondigd hebben.
    Hadden we maar de oude weg gevolgd,
    dan zouden we worden gered.

    Wij allen zijn onrein geworden,
    onze gerechtigheid is als het kleed
    van een menstruerende vrouw.
    Wij allen zijn als verwelkte bladeren,
    verwaaid op de wind van ons wangedrag.
    Er is niemand die uw naam aanroept,
    die zich ertoe zet uw hand te grijpen.
    U hebt uw gelaat voor ons verborgen,
    u hebt ons moedeloos gemaakt
    en ons overgeleverd aan ons eigen wangedrag.

    Toch, HEER, bent u onze vader,
    wij zijn de klei, door u gevormd,
    wij zijn het werk van uw handen.
    Laat uw grote toorn toch varen, HEER,
    houd onze schuld niet steeds in gedachten,
    maar zie ons aan: wij zijn toch uw volk?

  • 36. De eindtijd

    🔆LET OP: het is vanaf nu mogelijk om je op te geven voor de Gelukkig de mens Bijbelweekenden. Klik in de link in de bio voor meer informatie of ga naar www.gelukkigdemens.nl/bijbelweekenden🔆

    Deze week leest Wieteke Matteüs 24:14-35

    Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.

    Wanneer jullie dus de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (lezer, begrijp dit goed), dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; wie op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om nog spullen te halen, en wie op het land is moet niet terugkeren om zijn mantel te halen. Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Bid dat jullie niet in de winter zullen moeten vluchten en ook niet op sabbat. Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen.

     En als die tijd niet verkort zou worden, dan zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen zal die tijd worden verkort. Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias,” of: “Daar is hij,” geloof dat dan niet. Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. Wanneer ze dus tegen jullie zeggen: “Kom mee, hij is in de woestijn,” ga er dan niet heen, of als ze zeggen: “Kijk, hij is daarbinnen,” geloof dat dan niet. Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen. Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.

    Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere.

    Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is. Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.

  • We gaan iets nieuws proberen…

    We gaan iets nieuws proberen! Vanaf 2021 gaat Gelukkig de mens elke maand een bijbelweekend organiseren. Niet je gewone standaard twaalf-in-een-dozijn-bijbelweekenden, zeker niet. Intensief, vrolijk, verontwaardigend, speels, vermakelijk, verdiepend, avontuurlijk, ernstig. […]

  • 35. Niet voor niets

    Deze week leest Wieteke Psalm 90

    Heer, u bent ons een toevlucht geweest
    van geslacht op geslacht.
    Nog voor de bergen waren geboren,
    voor u aarde en land had gebaard –
    u bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

    U doet de sterveling terugkeren tot stof
    en zegt: ‘Keer terug, mensenkind.’
    Duizend jaar zijn in uw ogen
    als de dag van gisteren die voorbij is,
    niet meer dan een wake in de nacht.

    U vaagt ons weg als slaap
    in de morgen, als opschietend gras
    dat ontkiemt in de morgen en opschiet,
    en ’s avonds verwelkt en verdort.

    Wij komen om door uw toorn,
    door uw woede bezwijken wij.
    U hebt onze zonden vóór u geleid,
    onze geheimen onthuld in het licht van uw gelaat.

    Al onze dagen gaan heen door uw woede,
    wij beëindigen onze jaren in een zucht.
    Zeventig jaar duren onze dagen,
    of tachtig als wij sterk zijn.
    Het beste daarvan is moeite en leed,
    het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.

    Wie kent de kracht van uw toorn,
    wie vreest oprecht uw woede?
    Leer ons zo onze dagen te tellen
    dat wijsheid ons hart vervult.

    Keer u tot ons, HEER – hoe lang nog?
    Ontferm u over uw dienaren.
    Vervul ons in de morgen met uw liefde,
    laat ons van blijdschap juichen, al onze dagen.

    Geef ons vreugde, vergoed de dagen dat u ons kwelde,
    de jaren dat wij ellende doorstonden.
    Toon uw daden aan uw dienaren,
    maak uw glorie bekend aan hun kinderen.

    Laat ons uw genade zien, Heer, onze God.
    Bevestig het werk van onze handen,
    het werk van onze handen, bevestig dat.

  • 34. Er was eens…

    Deze week leest Wieteke Jesaja 48:17-21

    Dit zegt de HEER, je bevrijder, de Heilige van Israël:
    Ik ben de HEER, jullie God,
    die jullie onderricht in je eigen belang,
    die jullie leidt op de weg die je gaat.

    Luisterde je maar naar mijn geboden,
    dan zou jouw vrede zijn als een rivier,
    en je gerechtigheid als de golven van de zee.

    Je nageslacht zou zijn als het zand,
    je nazaten ontelbaar als zandkorrels.
    Je naam zou nooit worden uitgewist,
    maar voor altijd bij mij voortleven.

    Trek weg uit Babel, ontvlucht de Chaldeeën!
    Verkondig dit met luid gejuich, laat het horen,
    laat weten tot aan de einden der aarde:
    ‘De HEER koopt zijn dienaar Jakob vrij!’

    Hij voert zijn volk door de woestijn,
    ze zullen geen dorst lijden;
    hij laat water voor hen stromen uit de rots,
    hij klieft een rots en het water gutst eruit.

    PS: wil je de preek van Henk Stenvers terugkijken? Deze kun je hier vinden: https://www.youtube.com/watch?v=fHioNuaNarU

Volg ons nu op:

Ontvang een e-mail bij nieuwe afleveringen

We gebruiken het programma Mailchimp om je op de hoogte te houden van nieuwe afleveringen. Door op de knop 'Abonneren' te drukken ga je akkoord dat Mailchimp jouw gegevens verwerkt. Je kunt je op elk moment uitschrijven voor deze e-mails.