Recent Posts

  • Van welke bijbeltekst wil jij graag een aflevering?

    De komende twee weken zijn Wieteke en Wiebe met podcast vakantie. Maar je kunt nu wel jouw favoriete bijbeltekst opgeven voor een aflevering. Wij kiezen de leukste inzending uit en […]

  • 31. Samen schelpen zoeken (heruitzending)

    De komende twee weken zijn Wieteke en Wiebe met podcast vakantie. Maar je kunt nu wel jouw favoriete bijbeltekst opgeven voor een aflevering. Wij kiezen de leukste inzending uit en maken er een aflevering van. ✉️Stuur ons een berichtje (www.gelukkigdemens.nl/tekst, gelukkigdemens@gmail.com, facebook of instagram) en geef door van welke bijbeltekst jij een aflevering wilt.

    Voor deze week hebben we een oude aflevering online gezet: Samen schelpen zoeken. Luister nu via #spotify, www.gelukkigdemens.nl/31-samen-schelpen-zoeken-heruitzending of je eigen podcastapp.

    Deze week leest Wieteke Spreuken 9:1-18

    Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zeven zuilen heeft ze uitgekapt. Ze heeft haar vee geslacht, haar wijn gemengd, haar tafel heeft ze gedekt. Haar dienaressen heeft zij de stad in gestuurd, zelf roept zij vanaf de hoogste plaats: ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: ‘Kom, eet het brood dat ik je geef, drink de wijn die ik heb gemengd. Wees niet langer zo onnozel, leef, en betreed de weg van het inzicht.’

    Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot, wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag. Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert.

    Wijsheid begint met ontzag voor de HEER, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige. Door mij, Wijsheid, vermeerderen de dagen van je leven, je levensjaren nemen door mij toe. Als je wijs bent, heb je er zelf voordeel van, als je spot, benadeel je jezelf.

    Vrouwe Dwaasheid bazelt maar, door haar domheid heeft ze nergens weet van. Ze zit bij de deur van haar huis, in een zetel, hoog in de stad. Ze roept naar de voorbijgangers, naar hen die rechtdoor willen gaan: ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: ‘Gestolen water smaakt verrukkelijk, geroofd brood is een lekkernij.’ Maar wie zij naar zich toe lokt weet niet dat hij afdaalt naar de schimmen, hij daalt af tot in het dodenrijk.

  • 52. Ongemak (Pasen)

    Deze week leest Wieteke Johannes 20:1-18

    Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald.   Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis.

    Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

  • 51. Het staat er niet

    Deze week leest Wieteke Marcus 14:1-11

    De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem door middel van een list gevangen te nemen en te doden. Ze zeiden bij zichzelf: Tijdens het feest kan dat niet, want dan komt het volk in opstand.

    Toen hij in Betanië in het huis van Simon – degene die aan huidvraat had geleden – aanwezig was bij een feestmaal, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje en goot de olie uit over zijn hoofd. Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: ‘Waar is deze verkwisting goed voor? Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.’ Ze voeren tegen haar uit. Maar Jezus zei: ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goeds voor mij gedaan. Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis. Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’

    Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren. Toen zij dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven. En hij zon op een mogelijkheid om hem op een geschikt moment uit te leveren.

  • 50. Doodsbang

    Deze week leest Wieteke Johannes 12:20-29

    Nu was er ook een aantal Grieken naar het feest gekomen om God te aanbidden. Zij gingen naar Filippus uit Betsaïda in Galilea, en vroegen hem of ze Jezus konden ontmoeten. Filippus ging dat tegen Andreas zeggen en samen gingen ze naar Jezus. Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven. Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden.

    Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen. Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’ De mensen die daar stonden en dit hoorden, zeiden: ‘Een donderslag!’ Maar er waren er ook die zeiden dat het een engel was die tegen hem gesproken had.

  • 49. Voorkennis

    Deze week leest Wieteke Jozua 4:19-25 en 5:2-9

    Het volk bereikte de overkant van de Jordaan op de tiende dag van de eerste maand, en het sloeg zijn kamp op bij Gilgal, dat oostelijk van Jericho ligt. Jozua richtte daar de twaalf stenen op die ze uit de Jordaan hadden meegenomen. Hij zei tegen de Israëlieten: ‘Wanneer uw kinderen later vragen wat deze stenen betekenen, dan moet u hun het volgende vertellen: “Israël is de Jordaan overgetrokken, en wel over de droge bedding.  Want de HEER, jullie God, heeft de Jordaan voor jullie drooggelegd totdat jullie waren overgetrokken, zoals hij ook de Rietzee voor ons heeft drooggelegd totdat we die waren overgetrokken. Want alle volken op aarde moeten weten hoe machtig de HEER, jullie God, is, en jullie moeten altijd vol ontzag voor hem zijn.”’

    Na de overtocht zei de HEER tegen Jozua: ‘Maak messen van vuursteen en besnijd de Israëlieten opnieuw.’ Jozua maakte die messen en hij besneed de Israëlieten opnieuw bij de Voorhuidenheuvel. Hij besneed hen omdat alle weerbare mannen die uit Egypte waren weggetrokken, na de uittocht waren gestorven, onderweg in de woestijn. Van het volk dat weggetrokken was waren alle mannen besneden geweest, maar de mannen die na de uittocht waren geboren, toen het volk onderweg was in de woestijn, waren niet besneden. Want Israël trok veertig jaar door de woestijn, totdat alle weerbare mannen die uit Egypte waren weggetrokken, gestorven waren. Ze hadden niet geluisterd naar de HEER, en daarom had de HEER hun gezworen dat hij hun niet het land zou laten zien dat hij ons zou geven, zoals hij onze voorouders had beloofd: het land dat overvloeit van melk en honing. Maar hij liet hun zonen hun plaats innemen. Dus besneed Jozua deze zonen, omdat dit onderweg niet gedaan was. Nadat ze allemaal waren besneden, moesten ze in hun tenten blijven tot ze waren genezen. En de HEER zei tegen Jozua: ‘Vandaag heb ik de schande van Egypte van jullie afgewenteld,’ en Jozua noemde die plaats Gilgal. Zo heet die plaats tot op de dag van vandaag.

  • 48. Wat doe je hier?

    Deze week leest Wieteke 1 Koningen 19:9-13

    Daar ging hij een grot binnen om er de nacht door te brengen. Toen richtte de HEER zich tot hem met de woorden: ‘Elia, wat doe je hier?’ Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’ ‘Kom naar buiten,’ zei de HEER, ‘en treed hier op de berg voor mij aan.’ En daar kwam de HEER voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de HEER uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de HEER bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de HEER bevond zich niet in die aardbeving. Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het suizen van een zachte avondkoelte. Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’

  • 26. Naakt voor de spiegel (heruitzending)

    Helaas heeft de griep Wiebe geveld. Daarom deze week geen nieuwe aflevering, maar eentje van een paar maanden geleden; Naakt voor de spiegel.

    Deze week leest Wieteke Psalm 25

    Van David

    Naar u, HEER, gaat mijn verlangen uit,
    mijn God, op u vertrouw ik, maak mij niet te schande,
    laat mijn vijanden niet triomferen.
    Zij die op u hopen worden niet beschaamd,
    beschaamd worden zij die u achteloos verraden.

    Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd,
    leer mij uw paden te gaan.
    Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
    want u bent de God die mij redt,
    op u blijf ik hopen, elke dag weer.

    Denk aan uw barmhartigheid, HEER,
    aan uw liefde door de eeuwen heen.
    Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
    maar denk met liefde aan mij
    en laat uw goedheid spreken, HEER.

    Goed en rechtvaardig is de HEER:
    hij wijst zondaars de weg,
    wie nederig zijn leidt hij in het rechte spoor,
    hij leert hun zijn paden te gaan.
    Liefde en trouw zijn de weg van de HEER
    voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.

    Vergeef mij, HEER, mijn grote schuld,
    omwille van uw naam.

    Aan wie in ontzag voor hem leven,
    leert de HEER de rechte weg te kiezen.
    Hun leven verloopt in voorspoed
    en hun kinderen zullen het land bezitten.
    De HEER is een vriend van wie hem vrezen,
    hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond.

    Ik houd mijn oog gericht op de HEER,
    hij bevrijdt mijn voeten uit het net.
    Keer u tot mij en wees mij genadig,
    ik ben alleen en ellendig.
    Mijn hart is vol van angst,
    bevrijd mij uit mijn benauwenis.

    Zie mij in mijn nood, in mijn ellende,
    vergeef mij al mijn zonden.
    Zie met hoe velen mijn vijanden zijn,
    hoe ze mij dodelijk haten.

    Behoed mij en bevrijd mij,
    maak mij niet te schande, want ik schuil bij u.
    Onschuld en oprechtheid mogen mij bewaren,
    op u is mijn hoop gevestigd.

    God, verlos Israël,
    verlos het van al zijn angsten.

  • BONUS aflevering: Spring van de brug (jongeren editie)

    Deze week hebben we een bonusaflevering! Voor de doopsgezinde jongeren hebben we een aflevering gemaakt voor de 40-dagentijd. En hij heet: Spring van de brug.

    Doe jij ook wel eens iets waarvan je eigenlijk weet dat het niet helemaal oké is? Maar omdat iedereen het doet, doe jij het ook. En als je moeder er dan wat van zegt dan zeg jij; “ja maar Pietje deed het ook!” Waarop je moeder dan antwoordt; “ja, maar als Pietje van de brug af springt dan doe je dat toch ook niet?.” Wieteke en Wiebe vertellen in de podcast Spring van de Brug het verhaal van Jezus die zich terugtrekt in de woestijn en dan op de proef gesteld wordt.

    Vragen om overna te denken:
    Ben je zelf weleens in de verleiding gebracht om iets te doen wat je liever niet wilde? Hoe kwam het dat je je liet meeslepen? Wat zou je een volgende keer anders willen doen?

  • 47. Hou je stil

    Deze week leest Wieteke stukken van 1 Petrus 2 en 3.

    Leef als vrije mensen, en verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, maar handel als dienaren van God.

    En

    Voor u, vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van uw man. Dan zullen mannen die weigeren Gods boodschap te aanvaarden daarvoor gewonnen worden door het gedrag van hun vrouw, zonder dat zij iets hoeft te zeggen, omdat ze zien hoe zuiver u leeft uit ontzag voor God. Uw schoonheid moet niet gelegen zijn in uiterlijkheden, zoals kunstig gevlochten haar, gouden sieraden of elegante kleding, maar in wat verborgen ligt in uw hart, in een zacht en stil gemoed. Dat is een onvergankelijk sieraad dat God kostbaar acht. Daarmee tooiden zich vroeger ook de heilige vrouwen die hun hoop op God vestigden en het gezag van hun man erkenden, zoals Sara; zij gehoorzaamde Abraham en noemde hem ‘heer’. U bent haar dochters wanneer u het goede doet en u zich geen angst laat aanjagen. U, mannen, moet verstandig omgaan met uw vrouw, die brozer is dan u. Behandel haar met respect, want zij deelt samen met u in de genade van het nieuwe leven. Dan staat niets uw gebeden in de weg

Volg ons nu op:

Ontvang een e-mail bij nieuwe afleveringen

We gebruiken het programma Mailchimp om je op de hoogte te houden van nieuwe afleveringen. Door op de knop 'Abonneren' te drukken ga je akkoord dat Mailchimp jouw gegevens verwerkt. Je kunt je op elk moment uitschrijven voor deze e-mails.